|
De hier gepubliceerde artikelen verschenen eerder in enkele lokale en regionale dag- en weekbladen |
|
Commentaar
naar aanleiding van de reclame van Achmea Nederpoort op radio en tv
Momenteel is er veelvuldig een reclame in de media
te horen en te zien, afkomstig van een WA-verzekeraar. Daarin maken zij reclame
met de slogan, dat deze verzekeraars 95% van de letselschades binnen 2 jaar
afrondt. Ondertussen wekken zij daarbij de suggestie dat de vaak lange looptijd
van een letselschade claim te wijten is aan het slachtoffer, diens werkgever,
diens belangenbehartiger, etc. Klopt die beschuldigende vinger met de feiten?
Naar mijn stellige overtuiging is de werkelijkheid een andere.
Bij kleine, eenvoudige schades is er zelden sprake van een langdurig traject.
Noch de verzekeraar noch het slachtoffer heeft daar belang bij.
Hoe zit dit in het geval van ernstige schades, waarbij mensen vele jaren de
gevolgen van een ongeval ondervinden, soms zelfs een leven lang. Vaak duurt het
in dergelijke situaties jaren, voordat je weet waar je aan toe bent. Vele vragen
moeten worden beantwoord voordat je de omvang van de schade kunt vaststellen.
Eerst moet er sprake zijn van een medische eindtoestand. Kort gezegd betekent
dat, dat het slachtoffer moet zijn uitbehandeld. Dat duurt bij ernstige letsels
vaak jaren. Verdere vragen die aan de orde komen, zijn: Kun je blijven werken?
Moet je worden omgeschoold? Raak je in de WAO? Heb je aanpassingen in het eigen
huis nodig? Heb je verder hulp nodig in het dagelijkse leven? Hoe kan dat worden
georganiseerd? Zijn die problemen een verder leven lang aanwezig?
Pas als je een antwoord kunt geven op al dit soort vragen, dan kun je
verantwoord een schaderegeling met de betreffende verzekeraar afspreken. Als een
verzekeraar het netjes doet, dan zorgt deze tijdens de tijd van de onzekerheden
voor voorschotten, zodat je de schade die je in die tijd lijdt, direct al
vergoed krijgt. In de eindfase gaat het bij de afwikkeling van de schade om de
bepaling van de toekomstige schade. Die toekomstige schade is alleen te
begroten, als je weet wat er aan de hand is.
De reclame is naar mijn mening beledigend voor allen, die bij een
letselschadezaak zijn betrokken, terwijl deze het straatje van de verzekeraar
schoonpoetst. Een klacht bij de reclamecodecommissie is in mijn ogen volstrekt
terecht. Een klacht is intussen ook ingediend.
Wie kan er schade vorderen bij een ongeval?
Normaliter kan alleen het slachtoffer zelf zijn schade verhalen op de dader.
B.v. je wordt aangereden door een automobilist: de fiets kapot, kleren gescheurd
en blauwe plekken. De onkosten moeten door de automobilist worden betaald.
Iemand slaat je in het uitgaansleven een gat in het hoofd. De kosten van
verbandmiddelen en een beetje smartengeld moet de dader betalen.
Toch is het in aantal gevallen mogelijk, dat er naast het slachtoffer meerdere personen zijn, die schade op een dader kunnen verhalen. Dat zijn in de eerste plaats de ziektekostenverzekeraars. Wellicht hebt u het wel eens gemerkt, dat u een formulier moest invullen in het geval, dat uw ziektefonds de indruk uit uw ziektekostendeclaraties krijgt, dat onkosten door een ongeluk zijn ontstaan. Word je b.v. met een ambulance opgehaald, naar het ziekenhuis gebracht en word je daar ook behandeld wegens letsel, dan kan het zijn, dat het ziekenfonds op zoek gaat naar degene, die mogelijk de aanrijding/schade in de vorm van ziektekosten heeft veroorzaakt. De dader is (meestal via zijn W.A.-verzekering) verplicht de schade aan de ziektekostenverzekeraar te vergoeden.
Een andere belangrijke categorie rechthebbenden is de werkgever. De werkgever heeft een zelfstandig recht tot het claimen van loonschade, indien arbeidsongeschiktheid van een werknemer wordt veroorzaakt door toedoen van een derde. Ingeval van b.v. het veroorzaken van een aanrijding, waardoor een werknemer zich ziek moet melden, kan de werkgever zelfstandig, dus buiten het directe slachtoffer, om een zelfstandige claim indienen bij de W.A.-verzekering van de dader.
Is er sprake van (zinloos) geweld, dan is de dader zelf degene, die de schade ook van de werkgever moet betalen. De indruk bestaat, dat werkgevers lang niet altijd gebruik maken van hun zelfstandig vorderingsrecht. Het zou een goede zaak zijn indien ze daarop meer alert zijn. Zij beperken daarmee de schade, die zij zelf lijden; bovendien maken ze daders duidelijk door hen in de portemonnee te treffen, dat ze moeten opdraaien voor de kosten, die ze door hun gedrag veroorzaken.
Er zijn beroepen, bijvoorbeeld die van politieagent, waarbij aanraking met geweld meer kan voorkomen dan elders het geval is. Zeker bij Politieagenten, beveiligingsmedewerkers, onderwijs, medewerkers bij sociale diensten etc., zouden de bazen actief kunnen en m.i. moeten zijn in het verhalen van loonschade, als medewerkers mishandeld worden in de uitoefening van hun taak. Daders moeten weten, dat ze van andere mensen af moeten blijven, zeker ook van dit soort mensen.
Amerikaanse toestanden
in de letselschade?
Van enkele lezers kregen wij de vraag voorgelegd of het waar is, dat in
Nederland langzamerhand sprake is van Amerikaanse toestanden bij de
letselschade. Een dergelijke vraag is wel begrijpelijk. Schadevergoedingseisen
halen steeds vaker de media. Soms worden daarbij ook enorme bedragen genoemd.
Bovendien volgt Nederland heel vaak ontwikkelingen uit de Amerikaanse cultuur.
De vraag, of dat in dit geval ook zo is, is daarom best gerechtvaardigd.
Om die vraag te kunnen
beantwoorden, moet je onderscheid maken tussen het aantal ingediende claims en
de omvang van die claims.
Wat betreft de aantallen claims, kun je spreken van een aanzienlijke toename in
de loop van de jaren. Of dat valt onder het begrip Amerikaanse toestanden, is
niet zo duidelijk.
Het heeft in ieder geval in
belangrijke mate te maken met een ontwikkeling in de samenleving, dat mensen
steeds minder vaak accepteren, dat schade, die men lijdt, voor eigen rekening
moet komen.
Ingeval er sprake is van schade, waarbij iemand anders betrokken is, b.v. in het
verkeer, op het werk of in de vrije tijd, wordt sneller dan voorheen besloten om
die schade te gaan verhalen. Wij menen, dat daar helemaal niets mis mee is. De
mens draagt verantwoordelijkheid voor zijn eigen handelen.
Als men daarbij een ander schade berokkent, dan ligt het voor de hand, datje in principe die dan ook vergoedt. Je kunt je daartegen ook verzekeren. In een aantal gevallen is die verzekering zelfs verplicht (b.v. De W.A.-verzekering van de auto)
Sociale
verzekeringen versoberd.
Wat betreft de omvang van de schades, die verhaald worden, is er naar onze
mening sprake van een toename.
Je kunt nog altijd alleen schadevergoeding krijgen voor schade, die je ook
daadwerkelijk lijdt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de materiële
schade en de immateriële schade (ook wel smartengeld genoemd).
Er zijn oorzaken aan te wijzen, die op die daadwerkelijk te lijden materiele schade invloed hebben. Dat is bijvoorbeeld het gegeven, dat de sociale zekerheid in de afgelopen jaren versoberd is. Als je door opgelopen letsel je baan kwijt raakt en een beroep moet doen op werkloosheidsuitkering of WAO, dan blijkt, dat die aanspraken nu veel beperkter zijn vroeger het geval was. Uitkeringen worden minder gemakkelijk toegekend. En bovendien zijn ze beperkter in de duur en lager wat de hoogte betreft. Omdat die aanspraken geringer zijn geworden, wordt de eigen schade dus hoger. Datzelfde geldt b.v. ook voor eigen risico in de ziektekosten, hogere premies voor ziektekosten, hogere eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp e.d.
Geen vetpot
De hoogte van smartengelduitkeringen lijkt geen stijgende lijn te hebben. In het
Nederlandse recht heeft smartengeld maar een beperkte betekenis. De wetgever is
van mening, dat smart niet echt in geld valt uit te drukken. In ons land is er
geen cultuur om te kunnen aangeven wat het verlies van b.v. een been of een oog
"oplevert". In de schaderegeling levert de smartengeldclaim dan ook vaak een
teleurstelling op. Niet meer dan een pleister op de wonde, zoals een oud
spreekwoord zegt.
Het verhalen van schade is geen wiskunde. Het is een lastig vak met veel haken
en ogen. Het regelen van aansprakelijkheid is een veld vol voetangels en
klemmen.
Mocht u schade lijden door toedoen van een ander: wacht niet te lang, maar
schakel tijdig hulp in van een deskundige. Die heb je vaak bitter nodig in de
vaak langdurige en pittige strijd, die met verzekeraars gevoerd moet worden.
Schadevergoeding bij
overlijden door een ongeval
Bij ons kwam de vraag binnen, hoe het nu
eigenlijk zit wanneer iemand wordt doodgereden door de schuld van een ander. Wie
kan er schade claimen en wat valt er te claimen in zo’n situatie, zo is de
vraag.
Het antwoord is als volgt. Normaal gesproken kan alleen diegene schade claimen die zelf het slachtoffer is van een ongeval. Wanneer iemand door een ongeval overlijdt, kan deze zelf geen schade meer claimen, hij bestaat immers niet meer. Maar nabestaanden hebben behalve verdriet vaak ook schade.
In de wet is de mogelijkheid gecreëerd, dat in een dergelijk geval m.n. gezinsleden, die tot de huishouding van de overledene behoorden, recht op een schadevergoeding hebben.
Dit recht is echter veel beperkter dan het recht van het slachtoffer zelf. Als een slachtoffer wel in leven blijft kan deze de gehele schade claimen, die rechtstreeks uit het ongeval voortvloeit. Aan gezinsleden komt alleen het recht op schadevergoeding toe bestaande uit gederfde kosten van levensonderhoud. D.w.z. als door het overlijden inkomsten weg vallen, waarvan gezinsleden (mede) afhankelijk zijn, dan dient de dader (of diens verzekeraar) die kosten te vergoeden. En dan nog is het geen rekensom, maar is de hoogte van de uitkering afhankelijk van de behoefte van het gezin in relatie tot de draagkracht van de overledene. Het gaat dus meer om een zorgplicht dan om een vergoeding van de werkelijke schade.
Als je dus zelf goed verzekerd bent, dan kan het zelfs wel zijn dat de dader nauwelijks schade hoeft te betalen. Te denken valt aan de situatie dat je een eigen huis hebt met een hypotheek die ingeval van overlijden ineens wordt afgelost.
Zaken als smartengeld of andere onkosten komen niet voor vergoeding in aanmerking. Wel de kosten van de begrafenis en datgene wat bij het ongeval kapot is gegaan, bijv. de auto.
De nabestaanden ervaren het als zeer frustrerend dat er in ons recht zo’n beperkte plaats is ingeruimd voor schadevergoeding aan hen. Nabestaanden hebben behalve veel verdriet ook vaak veel kosten en minder inkomen.
De dader (of diens verzekeraar ) behoeft alleen maar aan zijn zorgplicht te voldoen wat betreft het inkomen. Alle overige kosten blijven voor eigen rekening van de nabestaande. Er is geen plaats voor smartengeld. Soms wordt er echter wel smartengeld toegekend onder de noemer van “schokschade”. Dat is volgens de rechter in enkele heel bijzondere gevallen denkbaar. Maar dan moet je er al zelf bij geweest zijn en aantoonbaar heel erg geschrokken zijn door de situatie, afgezien van het plotselinge verlies van een naaste. Een heel beperkte mogelijkheid dus
Wat hierboven uitgelegd wordt is uiteraard een heel globaal inzicht in de materie, en zeker geen uitputtende behandeling. Het is een ingewikkelde zaak waar je zelf haast niet uit kunt komen. Mocht u in omstandigheden geraken waarover het hier gaat, dan staan wij u graag te woord en helpen u verder.
Slachtoffer geworden van criminaliteit? Daardoor schade geleden? Wie betaalt
dat?
Helaas worden velen van ons wel eens
slachtoffer van crimineel gedrag, ook in de gemeente Noordenveld. We kunnen dat
regelmatig lezen in de krant. Behalve de schrik, het verdriet en de pijn is er
vaak ook schade. Er worden eigendommen vernield of weggenomen; soms is er sprake
van letsel, waardoor je enige tijd niet kunt werken, et cetera. De vraag is dan:
wat nu? Wie moet de gevolgen dragen?
Het antwoord is tegelijkertijd even simpel als toch ook lastig. Simpel is, dat
de dader moet opdraaien voor de aangerichte schade. Last is, hoe zorg ik er
voor, dat de dader betaalt?
Belangrijk is natuurlijk, dat je weet wie de dader
is en waar deze woont. Heel prettig is het als de dader ook bij de politie
bekend is en vervolgd wordt. Als je schade lijdt door een criminele gedraging
van iemand, doe dan altijd aangifte bij de politie. Indien er een veroordeling
door de rechter volgt, dan is een belangrijke stap gezet op weg naar
schadevergoeding. De dader is bekend. Via de strafrechter wordt bewezen, dat dit
degene is, die de schade heeft aangericht. De inning van de schade kan dan een
aanvang nemen.
Bij de politie kun je als slachtoffer aangeven, dat
je op de hoogte gehouden wilt worden van de voortgang van het strafproces. Dan
weet je in ieder geval of de dader vervolgd wordt en of hij straf krijgt. Op
enig moment kun je daarbij besluiten om je te “voegen”, zoals dat heet. Dat
betekent, dat je de strafrechter de schade kunt voorleggen. De strafrechter
beoordeelt dan behalve de strafmaat ook de schade. Dat kan leiden tot naast
strafoplegging veroordeling tot schade vergoeden. Dan heb je een rechtelijk
vonnis in handen om de schade te innen. De voeging vindt plaats via een
formulier, dat te verkrijgen is bij justitie. Het is een gemakkelijke en directe
weg, waaraan verder geen kosten verbonden zijn.
Deze gang van zaken is alleen succesvol als de
schade gemakkelijk aantoonbaar en duidelijk is. Ligt het wat ingewikkelder, b.v.
bij verlies verdiencapaciteit, bij smartengeld, in geval de schade op het moment
van de strafzaak nog niet volledig is te begroten, o.i.d., dan is voeging niet
geschikt. Dan zul je als slachtoffer een civiele procedure moeten aanspannen om
de schade te halen.
Denk niet te gauw, dat de dader niets heeft en dus ook niets kan betalen. In de
praktijk kan dit best meevallen. Bovendien verjaren vonnissen niet zo maar. Je
kunt altijd wachten tot er wel geld is. Je kunt iemand ook in termijnen laten
betalen en dat jaren volhouden. Dan kom je er ook.
Tenslotte is er nog de mogelijkheid van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dit
fonds biedt nog wel eens een beetje soelaas als de dader niet bekend is of als
de dader inderdaad geen verhaalsmogelijkheid biedt.
Bent u het slachtoffer van criminaliteit en hebt u schade geleden? Wij helpen u
graag verder opdat u recht wordt gedaan.
Smartengeld; wat is dat
eigenlijk?
Bij ons kwam van diverse kanten de vraag binnen om uitleg over, wat
smartengeld precies is. Iemand heeft een ongeluk gehad door toedoen van een
ander. Er is sprake van letsel. Wanneer heb je recht op smartengeld? Wie
heeft daar recht op? Hoeveel krijg je eigenlijk en wie bepaalt dat?
Smartengeld is een betaling van een som geld in verband met, zoals dat heet, “immateriële”schade. Materiele schade betreft het hebben van kosten, bijvoorbeeld onkosten voor medische hulp, reiskosten naar de dokter, onkosten ten gevolge van ziekenhuisopname, zorgen voor de opvang van de kinderen tijdens verblijf in een ziekenhuis, verlies van inkomen en dergelijke.
Van immateriële schade spreken we, als je als slachtoffer heel veel pijn hebt of gehad hebt; als je ontsierende littekens overhoudt; als je veel nare behandelingen nodig gehad hebt; als je je beroep niet meer kunt uitoefenen; als je je eigen hobby’s niet meer kunt doen. Je zou kunnen zeggen: recht op smartengeld ontstaat, als je een deel van je levensgeluk bent kwijt geraakt door toedoen van een ander.
In principe heeft alleen het slachtoffer zelf recht op smartengeld. Het feit, dat het gezin evenzeer heeft meegeleden, speelt verder geen rol. Als het slachtoffer overlijdt, dan kan er in principe dus geen smartengeld worden uitgekeerd.
Hoeveel je krijgt, is niet geregeld in een wet, maar is in belangrijke mate bepaald door de jurisprudentie (wat rechters in de loop van de tijd hebben toegekend) en gewoonte. Het gaat meestal om een onderhandelingsresultaat. Het zijn de verzekeringsmaatschappijen, die vaak moeten opdraaien voor de ontstane schades. Dat zijn dan ook degenen met wie de onderhandelingen worden gedaan. Deze verzekeraars baseren zich op wat de rechter zoal toekent. De Nederlandse rechter is naar onze mening nogal bescheiden bij het toekennen van bedragen. Naar Nederlands recht is het leven en levensgeluk eigenlijk niet uit te drukken in geld. Er zijn landen waarin dat nadrukkelijk wel het geval is; bij ons zijn deze rechten beperkt. Er is ook geen tendens te bespeuren, dat de bedragen om hoog gaan. Er is ooit 1 keer fl. 300.000,- toegekend (€ 136.000,-). Dat ging om een geval waarbij door onzorgvuldigheid bij bloedtoediening iemand besmet was geraakt met aids en daardoor op termijn overleed. Dat bedrag lijkt een uitzondering te zijn en is nadien zelfs bij benadering niet meer toegekend.